TOEVLUCHT vraagt 12 jonge, Utrechtse kunstenaars hoe zij ontsnappen aan de waan van de dag en welke rol kunst daarin speelt. Van schilderijen tot digitale dreamscapes, van tastbare sculpturen tot sprankelende lichtkunst, van inspirerende sprekers tot zwevende dichters.

 

Alle kunst is te bekijken van 22 tot en met 26 september. Op vrijdag 24 september hebben we ‘s avonds een uitgebreid randprogramma, waarbij we de diepte ingaan met kunsthistorici, sprekers en poëzie. 

Christina de Korte

Christina de Korte studeerde in 2019 af aan de HKU. Momenteel volgt ze de studie Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht, waar ze onder meer Arabisch leert en zich verdiept in ‘niet-westerse’ kunst, religie en geschiedenis. De Korte maakt kleurrijke installaties, vaak op van textiel. 

 

Voor De Korte voelt ‘Toevlucht’ als een ontsnapping: een plek waar je bescherming zoekt en vindt. Haar maakproces voelt voor De Korte als toevluchtsoord, omdat zij volledig kan opgaan in het materiaal en kleuren waarmee ze werkt en alles om haar heen vergeet. Daar komen installaties uit voort die de kijker onderdompelen in een visuele explosie van kleur en patronen, die de ruimte overnemen. De Korte’s fascinatie voor volle ruimtes komt voort uit haar herinneringen aan het huis waar ze opgroeide, waar ze werd omringd door volle kasten met servies, boeken en andere verzamelobjecten. Een volle en drukke plek geeft De Korte een veilig gevoel – een gevoel van thuis.


Trix Berendsen

 

Trix Berendsen studeert dit jaar af aan de opleiding Fine Art and Design in Education aan de HKU. Haar fascinatie en de waardering voor het alledaagse uit zich in haar werk, dat verschillende vormen aan kan nemen. 

 

‘Tijdens een lange wandeling denk ik iets vanuit mijn ooghoek te zien gebeuren – een kleine flits, glinstering of een wazig beeld. Als ik scherpstel, beleef ik een individueel, ingetogen moment van plotselinge, stille verwondering. De tijd staat even stil.’ Berendsen gelooft dat we de wereld om ons heen vaak ervaren als vanzelfsprekendheid. In haar werk staat Berendsen zorgvuldig stil bij het vanzelfsprekende en plaatst ze het in een nieuw daglicht. Daarin schuilt een paradox. De kijker ontsnapt aan de waan van de dag, door bij de waan van de dag stil te staan. Berendsen kiest daarbij voor een tactiele uitdrukkingsvorm, in deze door beeld verzadigde wereld.


Jan Timmers

Jan Timmers studeert dit jaar af aan de opleiding Fine Art and Design in Education aan de HKU. Met zijn schilderkunst wil Timmers het publiek uit de dagelijkse sleur trekken, en de kijker confronteren met zichzelf. 

Volgens Timmers is het inherent aan de mens om te verlangen naar waarheid, naar de essentie van het bestaan. Timmers zoekt in zijn maakproces naar die waarheid: ‘Het idee dat elk nieuw schilderij nog volledig open ligt, is voor mij een analogie voor het leven zelf.’ Hij ziet het maken van een werk als het scheppen van een leven, en tegelijkertijd als onderdeel van zijn eigen bestaan. ‘Je kunt enerzijds vluchten voor de vraag naar de reden van ons bestaan – door die vraag te negeren – anderzijds kun je voor de vraag vluchten door de confrontatie ermee aan te gaan.’ Door te schilderen, plaatst Timmers zich in het oog van de storm: ‘Maar doe ik één stap opzij, dan zal ik mezelf reeds verliezen in de zwijgende massale chaos.’


Laura van Daalen

Het landschap is een terugkerend thema in het werk van Laura van Daalen. Van Daalen studeerde af aan de HKU in 2019, en volgt momenteel de master Artistic Research aan de UvA. Ze maakt minimalistische landschappen, in de vorm van prints, schilderijen en installaties. Ook ontwierp ze de huisstijl voor Toevlucht. 

 

Toevlucht betekent voor Van Daalen het vinden van bescherming en steun in de natuur. Zelf zoekt ze haar toevlucht het liefst in ongerepte landschappen. Ze stelt zichzelf daarnaast de vraag of natuur in haar onaangetaste vorm nog bestaat. Continu is zij op zoek naar vormen en lijnen die terugkeren in de natuur, aan de hand waarvan ze nieuwe composities maakt. Ze ziet overeenkomsten tussen haar maakproces en de manier waarop de mens met de natuur omgaat. De mens grijpt continu in en oefent controle uit over de natuur, door onkruid te verwijderen, laaghangende takken te snoeien en gras te maaien. Van Daalen ziet juist schoonheid in imperfectie: ‘Het is tijd om onze perceptie van natuur te veranderen. Dat beetje onkruid in die hoek, of die tak die de zon blokkeert kunnen we wel een beetje zijn gang laten gaan, toch?’


Casper Verborg

Opengelaten of opgeschuurde stukken canvas, een duidelijk zichtbare penseelstreek en druipers van verf: de schilderijen van Casper Verborg leven. Hij heeft een geheel eigen palet ontwikkeld, met kenmerkende kleuren in onverwachte combinaties. Op het eerste gezicht vrolijk, in tweede instantie alarmerend, giftig haast. Als snoep dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent, maar eigenlijk chemisch is.

Verborgs omgang met kleur sluit naadloos aan bij de ambiguïteit van het beeld. Waar dat eerder werd gekenmerkt door groepen figuren in raadselachtige interieurs, is de setting van de voorstellingen inmiddels verschoven en heeft het werk een andere concentratie gekregen. Theatrale processies zijn uitgedund tot slechts enkele karakters, terwijl de omgeving een grotere rol is gaan spelen—nadrukkelijker aanwezig, maar abstracter en daardoor universeler. In een schilderij kan de achtergrond zich zowel laten lezen als binnen- of buitenruimte, als bos, architectuur of olievlek. Het werk is daarmee losgekomen van het narratief, de voorstellingen hebben ademruimte verkregen.